Ziek zijn
Gedwongen door zijn ziekte, wordt Jules een eenzaat, een buitenbeentje. Hij moet in een kamertje apart slapen, ook al is zijn huidaandoening niet besmettelijk. “Ik ben gewoon voorzichtig,” zegt zijn oom.
Verdient een zieke het om verstoten en uitgesloten te worden?
Ken je zelf voorbeelden van mensen die door hun toestand uitgesloten worden?
Vinden jullie dat een eerlijke gang van zaken?
Huidziekte
Jules weet maar al te goed waarom hij lange handschoenen draagt. Zo gauw mensen de korstige huid van zijn armen zien, mijden ze hem of jagen ze hem weg. Dat gebeurt bijvoorbeeld op de eerste schooldag, of wanneer vertegenwoordigers van de Kerk langskomen en hem beschuldigen. Ze beweren dat hij melaatsheid heeft! Dat hij de armen van de duivel heeft! Dat hij de gezondheid van anderen in gevaar brengt! De kerkgemeenschap draagt er dus aan bij dat Jules nog meer wordt uitgesloten... Vanaf dan moet hij alleen thuis studeren en wordt hij helemaal verstoten uit het sociale leven.
Hoe zou jij je voelen als iedereen je als “een kind van de duivel” behandelde?
Later zal Jules zijn ziekte gebruiken als wapen in de strijd tegen de houthakkers, wanneer hij dreigt om hen te besmetten. “De armen van de duivel! We moeten vluchten.”
Tegenover de afwijzing van de “gewone wereld” staat de manier waarop de First Nations hem vertrouwen geven. Omdat hij Asha vertrouwt, durft Jules haar zijn armen laten zien, vol wonden en kloven. Dat is dapper! Maar Asha heeft hem beloofd dat ze sowieso vrienden zullen blijven.
De kinderen geven Jules zelfs complimenten over zijn ziekte. “Het lijkt op boomschors. Ik heb altijd al geweten dat je sterk was. Sterk als een boom.” Dat geeft Jules zoveel vertrouwen, dat hij zonder handschoenen naar buiten durft. Hij durft zich eindelijk blootgeven; de kinderen van Niimi mogen zijn wonden zien en ze zelfs aanraken.