Mijnbouw in de Andes

De economie in Peru floreert. Er worden veel goederen uitgevoerd en 60% daarvan komt uit de mijnindustrie: koper, goud, zilver, allerlei mineralen die gebruikt worden in de digitale industrie,... Fijn, zou je denken! Maar die rijkdom gaat vooral naar de eigenaars van de mijnen. Voor de Peruanen die in de hooglanden altijd een rustig boerenleven hebben geleid, betekent de ‘vooruitgang’ iets heel anders: ze zien hoe de mijnen de grond onder hun voeten (letterlijk) weghalen. In de bergen wordt er steeds hoger en dieper geboord en gegraven, met verwoestende gevolgen voor het milieu en voor de bevolking: mensen worden ziek, dieren sterven, het drinkwater en de geteelde groenten raken vergiftigd. 

 

In RAIZ worden deze problemen getoond door de ogen van een kind. Hoe wordt het leven van Feliciano hierdoor beïnvloed? Franco García Becerra: “Feliciano denkt altijd in de eerste plaats aan wat voor hem belangrijk is: zijn liefde voor de dieren. Om de alpaca’s te redden, moet hij in actie komen.” 

De regering wil zoveel mogelijk grondstoffen uitvoeren en daar veel geld aan verdienen. Al wie zich daartegen verzet, wordt ‘primitief’ of ‘achterlijk’ genoemd. Zoals Grimaldo beweert: “Met mensen zoals jullie gaat onze gemeenschap niet vooruit.” Dit leidt tot ruzies en conflicten, niet enkel tussen de dorpelingen en de mijnindustrie, maar ook tussen de bewoners onder elkaar. Dat zie je in de film tijdens de vergadering waarop de mensen de toestand bespreken. Grimaldo vindt dat de mijnen welvaart brengen: “Deze mijn geeft werk aan iedereen, ook voor onze kinderen. We hebben nu geld.” Andere bewoners zien dat anders. “Wie vragen niet om zilver en goud. Wij willen hier leven! Dit is onze thuis, onze voorouders leefden hier. Waarom zouden we onze heilige berg en onze grond verkopen?”  

In dit filmpje zie je beelden van hoe een volledige stad in Peru is verdwenen in een gigantische mijnput. Je kan je ogen nauwelijks geloven als je ziet hoe grootschalig de gevolgen zijn. 

 

Enkele jaren geleden werden enkele boeren uit de Andes door de organisatie Broederlijk Delen uitgenodigd naar België om over de toestand te vertellen. In het MO Magazine vertelden Elsa en Oracio hoe het leven voor de boeren in de dorpjes bijna onmogelijk is geworden. “Zij hebben geen enkel voordeel bij de nieuwe welvaart; integendeel. Er wordt door de mijnbedrijven niet met de dorpelingen overlegd, ook niet wanneer hun grond wordt afgenomen. Door de mijnbouw (waarin het water uit de rivieren wordt gebruikt om grondlagen weg te spoelen of te zuiveren) blijft er geen drinkwater mee over, of wordt het water voor mens en dier vervuild. In onze provincie is er geen water meer over.” Regelmatig zoomt de camera in op het roestbruine, pruttelende water in een bron. Het resultaat van vervuiling? 

Gezondheid

Heeft dat gevolgen voor de gezondheid van de mensen? “Er zijn veel gezondheidsklachten. Bij mensen die in de mijngebieden wonen, worden sporen van wel 17 zware metalen aangetroffen in het bloed. Ze voelen zich zwak en krijgen last van oogziektes en haaruitval. Bij het vee is er een groot sterftecijfer; er worden misvormde kalfjes geboren, bv. met drie koppen. Dit maakt duidelijk dat landbouw en mijnbouw niet samengaan.” 

 

Daarom willen jonge mensen niet meer in de bergen wonen. De opbrengsten van de landbouw zijn klein en het leven wordt ongezond. Ze voelen zich onder druk gezet door de mijnbedrijven en trekken naar de steden. Dat hoor je in de film - een dorpsgenoot wil al zijn alpaca’s verkopen. “Ik denk dat hij weg wil uit Antamarca,” zegt papa. Alleen de oude mensen blijven achter. Elsa en Oracio: “De bevolking raakt uitgedund, maar dat vinden de mijnbedrijven net goed. Vroeger werkten de boeren samen op elkaars bedrijven, maar dat gebeurt nu niet meer. De mijnen zetten de mensen tegen elkaar op en maken de gemeenschap kapot. Ze gaan met elk gezin onderhandelen om gronden over te kopen. Mensen beginnen te discussiëren met elkaar en maken ruzie.”  

 

Feliciano’s ouders mopperen onder elkaar. “Grimaldo komt nooit meer op bezoek. Hij is zo veranderd; geld verandert mensen.” Er heerst spanning tussen de dorpelingen, mensen worden uitgescholden (“dronkelap!”) en raken verdeeld. Regisseur Franco García Becerra: “In de streek waar we filmden zijn er veel mijnen; alle acteurs waren vertrouwd met de problematiek. Toen we deze scènes in de volksvergadering opnamen, werd er door iedereen volop gediscussieerd. De industrie zaait verdeeldheid onder de mensen. De mijnwerkers komen uit dezelfde regio en komen nu lijnrecht tegenover de anderen te staan.” 

Terreur

In de film lijkt de mijn altijd een slechte, gevaarlijke plek. Moeder waarschuwt Feliciano: “Blijf daar uit de buurt.” En wanneer de jongen er toch passeert, op zoek naar zijn verloren alpaca, wordt hij weggejaagd. Telkens wanneer een voertuig de berg op- of afrijdt, voel je de spanning stijgen, alsof er dreiging op komst is. Denk maar aan de twee motorrijders: onder hun zwarte helmen zijn ze onherkenbaar. Zij oefenen terreur uit: ze vermoorden een stel alpaca’s om aan de boeren duidelijk te maken dat ze beter kunnen ophoepelen. Moeder is bang wanneer haar zoon alleen de deur uitgaat. “Ze hebben alpaca’s gedood; wat als ze dat ook met jou doen?”

Verzet tegen onrecht

Ook in werkelijkheid gebruiken de mijnen terreur om meer terrein in beslag te kunnen nemen. Dorpelingen kunnen zich nauwelijks verzetten tegen dit onrecht.

Auki Tayta

Bovendien voelen de boeren een speciale verbondenheid met hun geboortegrond. Het is de plek waar hun voorouders leefden, waar ze opgroeiden en waar hun goden wonen. Wie het leven op de berg aantast, verstoort ook de rust van de goden. Een van die goden is Auki Tayta - hij krijgt een belangrijke rol in dit verhaal. 

Maar niet iedereen vindt zo’n verhuis een slecht idee. In dit (Engelstalig) nieuwsfilmpje hoor je beide partijen aan het woord… en ook de politie. 

 

Vragen aan de leerlingen: 

- Welke gevolgen van de mijnbouw - positief en negatief - worden in de film vernoemd? 

- Hoe denken de meeste dorpelingen hierover? Zijn er ook die er anders over denken? 

- “We vragen niet om zilver en goud; we willen hier leven!” zegt een van de dorpelingen. Wat zou dat betekenen? 

- Waarom vinden de mijnbedrijven het net goed dat de mensen wegtrekken uit het dorp?