Legaal versus Gevoel
“Ik kom uit Senegal maar woon al bijna mijn hele leven in Nederland. Ik begrijp niet waarom ik weg moet.” Volgens de wet is Ama niet Nederlands, maar “ik voel me wel Nederlands.”
Wat betekent het om jezelf ‘Nederlands te voelen’? Ama heeft er haar hele leven gewoond en ze spreekt de taal. Ze vindt het Nederlandse eten van papa lekkerder dan de Afrikaanse thieboudienne van mama en ze heeft niks met mama’s Afrikaanse verhalen. Haar beste vriend, haar sportieve idool (de zwemster Ranomi Kromowidjojo), haar school en haar sportclub… allemaal Nederlands. Alleen haar paspoort is dat niet. Wat ze voelt, komt dus niet overeen met wat de wet bepaalt.
Hoe zit dat bij jou? Heb jij een Belgisch paspoort? Voel jij je ook Belg? Wanneer voel je dat wel/niet? Enkel bij sportwedstrijden en Eurosong? Of ben je altijd trots om Belg te zijn (of net niet)? Stel dat het oorlog wordt en je de Belgische grenzen moet verdedigen - zou je daartoe bereid zijn? Wat betekent het precies om een bepaalde nationaliteit te voelen? Zitten er kinderen met andere nationaliteiten in de klas? Voelen zij zich een beetje Belg omdat ze naar een Belgische school gaan? Of niet?
Die op-en-top Nederlandse Ama leert doorheen de film toch haar wortels waarderen: haar roots, haar Senegalese afkomst. Dankzij de gesprekken met mama en de griot, leert ze haar Senegalese roots omarmen. Ze is nog altijd Nederlands. Maar ook een beetje Senegalees. Ze moet niet kiezen; ze kan allebei zijn… of helemaal niets. Net zoals de griot, die niet gelooft in nationaliteiten. “Je bent een mens, net zoals iedereen,” zegt hij.
Maak in de klas een rootskaart. In welk land zijn de leerlingen geboren? In welke landen zijn hun ouders geboren? En hun grootouders? Schrijf een opsomming op het bord of duid aan met bolletjes op een wereldkaart. Vraag aan de leerlingen met roots in andere landen of deze landen nog iets voor hen betekenen. Hebben ze er herinneringen aan? Dragen ze die wortels mee in het dagelijkse leven? In maaltijden, tijdens feestdagen, in hun naamgeving, enz.? Supporteren ze voor een sportclub in eigen land of in het land van herkomst? Leg samen het lappendeken van verschillende nationaliteiten en probeer in een gesprek te achterhalen wat deze betekenen in het leven van de leerlingen.