Educatieve opdrachten - Ongelijke verdeling

Opdracht 1: Loopwedstrijd

Als je het filmpje bekijkt van De Morgen, zie je dat heel veel kinderen niet dezelfde kansen hebben en sommigen dus meer moeite zullen moeten doen om de finish te halen.  

 

Welke stellingen je neemt, hangt wel af van de beginsituatie van je leerlingen. Als bepaalde stellingen niet kloppen voor jouw leerlingen, kan je misschien best een andere nemen. Door deze opdracht gaan vele leerlingen beseffen dat ze zoveel extra kansen krijgen, die voor anderen niet vanzelfsprekend zijn. De blik van sommige leerlingen gaat openen. Let daarbij wel op dat dit voor sommige leerlingen best confronterend kan zijn, daarom kan je deze opdracht best afsluiten met een klasgesprek waarbij alle bevindingen en besluiten gedeeld kunnen worden.

 

Bekijk hier het artikel van De Morgen.

Opdracht 2: Het debat

Tijdens deze opdracht gaan de leerlingen op zoek naar meningen en argumenten om stellingen over armoede en ongelijke kansen te verdedigen.

 

De leerkracht maakt eerst samen met de leerlingen een korte bespreking over wat een debat inhoudt en welke aspecten er allemaal aan bod komen. Vervolgens deelt de leerkracht de stellingen uit die hij/zij kan vinden bij de bijlage van stellingen. Zelfstandig gaan de leerlingen op zoek naar argumenten om hun stelling te staven of te verdedigen. Om tot slot de leerlingen aan de beurt te laten en ze zelf een respectvol debat te laten uitvoeren.

d

Opdracht 3: Inleefspel

In deze opdracht gaan de leerlingen aan de slag met een maandloon van verschillen groepen in onze samenleving. De leerlingen proberen het hoofd boven water te houden, maar dit zal niet gemakkelijk zijn door alle maandelijkse kosten.

 

De klasgroep wordt opgedeeld in drie verschillende groepen. Één van de groepen is de arme klasse, deze groep krijgt 1300 euro. De tweede groep is de middenklasse. Deze groep verdient net iets meer, zij verdienen 2500 euro. De derde en laatste groep is de rijke groep en hebben 4000 euro. Deze groep noemen we de hoge middenklasse. De leerlingen beginnen in het begin van de maand en krijgen de eerste kosten die ze moeten betalen. Telkens de opdracht vordert, komen er telkens kosten bij tot de eerste groep het niet meer kan betalen. Achteraf is er een korte bespreking waarbij wordt besproken hoeveel geld de groepen nog hebben en wat ze hiermee nog kunnen doen.

d