Fragment invterview where the wind comes from
Fragment van interview met regisseur Amel Guellaty:
In het volgende fragment wordt er door de regisseur gesproken over de twee verschillende Tunesiës en talen.
Interviewer: “Over die mix gesproken, je film belicht absoluut twee verschillende Tunesiës. Je laat ons de zeer rijken en de veel minder bedeelden zien. Zijn zulke welvaartsverschillen groter dan ze ooit waren? Op een gegeven moment verwijzen ze naar de vorige dictatuur en hoe de dingen nu niet beter zijn. Hoe zou je zeggen dat de dingen nu zijn vergeleken met hoe ze waren?”
Amel Guellaty: Dus tijdens de jaren van Ben Ali – de dictator tussen 1987 en 2011 – was het goede dat hij deed, hoewel hij niet veel goede dingen deed, het creëren of behouden van, laten we zeggen, een middenklasse. Tunesië is dus niet zoals Marokko. In Marokko zijn er echt arme mensen en echt rijke mensen. In Tunesië is er een enorme middenklasse. Maar met de crisis na de revolutie, en niet alleen vanwege de revolutie maar ook vanwege de economische crisis, is deze middenklasse veel armer en kleiner geworden. Maar ik denk dat de grootste kloof tussen de rijksten en de armen in Tunesië de culturele kloof is. Er is een groot verschil. De rijken gaan veel meer Frans spreken en zullen zeggen, zoals in de film: "Oh, ik weet hoe Arabische mensen zijn." Ze beschouwen zichzelf niet als Arabieren.
Opzoekingswerk: In Tunesië spreekt men Arabisch en Frans. Kan je opzoeken hoe de franse taal in Tunesië is geraakt? Zijn er in het verleden ook andere talen gesproken in Tunesië? Hoe kwam dit?
(“De mix van Tunesië komt ook voort uit het feit dat het in Noord-Afrika ligt en iedereen ons heeft gekoloniseerd... de hele wereld, Rome, de Grieken, de Vikingen, de Arabieren, de Turken, de Fransen. Het is dus een heel gemengd land. Kijk naar mij: ik ben blond met blauwe ogen en ik ben honderd procent Tunesisch. Je vindt veel verschillende types in Tunesië. De schoonheid van dit land zit in die mix.”)