Kastenmaatschappij

In India is de bevolking opgedeeld in verschillende kasten. Je wordt geboren in dezelfde kaste als je ouders, en dat bepaalt grotendeels wie je bent, naar welke school je gaat, welke kansen je krijgt in het leven, met wie je zal trouwen en hoe je toekomst er uitziet. Het is erg moeilijk om aan het lot van jouw kaste te ontkomen. De hoogste kaste - dus de belangrijkste families die de meeste kansen krijgen in het leven - zijn de Brahmanen. Samay’s vader werd als Brahmaan geboren, maar kreeg af te rekenen met onrecht en pech. Hij heeft nog altijd de titel van Brahmaan, maar leidt een armoedig leven. Alsof je in België als baron wordt geboren, maar toch leeft als een bedelaar.

Vader is zich bewust van zijn plaats in de maatschappij. “Hoe zit het met de eer van onze gemeenschap?” vraagt hij wanneer Samay bekent dat hij filmregisseur wil worden. Samay confronteert hem met zijn zwakke positie op de sociale ladder: “Welke eer? Kijk naar jezelf: thee verkopen in het station en de hele dag kopjes wassen.” Ook de spoorwegbeambten schatten vaders positie in: “Jij bent een Brahmaan? En je verkoopt thee?”

 

We ontdekken hoe vader zijn bevoorrechte positie is kwijtgeraakt. Ooit had hij 500 koeien maar zijn broers pakten alles af. “Van een cowboy werd hij een chaiboy.” (Wat zoveel betekent als: van een rijke koeienhoeder werd hij een arme theeverkoper; chai is de Indiase versie van thee.)

 

Het kastensysteem zit diep verweven in de Indiase samenleving en zorgt voor veel onrechtvaardigheid. De toekomst van mensen wordt bepaald door hun afkomst, niet door hun talent. Het zorgt ervoor dat de kloof tussen arm en rijk in India enorm groot is.

 

De onderwijzer verdeelt de bevolking op een andere manier: “De eerste kaste zijn degenen die Engels spreken. De tweede zijn degenen die geen Engels spreken. Als je iets wil betekenen in ons land, moet je twee dingen doen: Engels leren en weggaan uit je dorp.”