Op de vlucht
Wanneer het huis wordt vergrendeld, moeten papa en Ama onderduiken. Ama krijgt onderdak bij Thijs in het schuurtje, terwijl papa zich verschuilt bij een vriend. Angstig verbergt hij zich in een kast.
Ama trekt als een zwerver door de stad. Ze slaapt op een bankje of in de speeltuin. Telkens moet ze op de loop voor de politie. Ze leidt een opgejaagd leven en staat er vaak alleen voor.
Gelukkig zijn er mensen die Ama helpen: van Thijs mag ze zijn adres (en het schuurtje) gebruiken, de zwemlerares doet niet moeilijk over haar geboorteplaats, de winkelier biedt zijn telefoon aan, de poetsvrouw wil graag helpen. Waarom? Omdat veel mensen vinden dat iemand zoals Ama op een legale manier in Nederland moet kunnen verblijven.